De echte scheidingslijn: wie is verantwoordelijk voor de kosten
In een groot deel van Europa beheert een onafhankelijke professional de kosten voor rekening van de bouwheer: de quantity surveyor in het Verenigd Koninkrijk en Ierland, de économiste de la construction in Frankrijk. In België en Duitsland maakt de kostenraming in de beginfase deel uit van de opdracht van de architect. Elk land heeft zijn eigen meetregels, zoals de RICS-normen NRM1 voor kostenplanning, NRM2 voor gedetailleerde meting en NRM3 voor onderhoud, of de kostengroepen van DIN 276.
Bij de klassieke Europese aanbesteding meet het team van de bouwheer het ontwerp op en publiceert het een meetstaat. Alle inschrijvers prijzen dezelfde lijst, zodat de offertes post per post kunnen worden vergeleken. In die context is de belofte van BIM eenvoudig: de meetstaat rechtstreeks uit het model halen.
In Japan zit de kennis over kosten bij de aannemer. Elk van de vijf grootste bedrijven (Kajima, Obayashi, Shimizu, Taisei en Takenaka) heeft duizenden erkende architecten in dienst op zijn eigen ontwerpafdeling. Forfaitaire contracten zijn de norm: de aannemer draagt de raming, de aankopen en het risico. Onafhankelijke ramingsbureaus (sekisan) en gecertificeerde kostendeskundigen bestaan wel. Ze werken vooral aan openbare projecten, die worden opgemeten volgens de standaard meetmethode van het MLIT voor openbare gebouwen.
Ook de timing verschilt. Zoals Tatsuya Nakamura uitlegt in BIM in Japan, part 3: project transparency, wordt de Japanse algemene aannemer vaak gevraagd om een ontwerp te prijzen op een laag ontwikkelingsniveau (LOD), veel vroeger dan een Europese inschrijver het project te zien krijgt. Zodra de prijs vastligt, werkt het seisan sekkei-team (uitvoeringsontwerp) van de aannemer de plannen uit tot uitvoeringsniveau. Niets verplicht ontwerper en bouwer om aparte bedrijven te zijn: design-build is goed voor ongeveer de helft van de bouwwerken van de 23 grootste Japanse aannemers.
Dat bepaalt wat elk van een model verwacht. Een Europese quantity surveyor heeft een model nodig dat een derde betrouwbaar kan opmeten. Een Japanse algemene aannemer heeft een model nodig dat zijn eigen ramings-, aankoop- en werfsystemen voedt, zonder het bedrijf te verlaten.
De Europese scheiding van rollen heeft een neveneffect dat BIM in de kaart speelt. In veel landen moet de ontwerper onafhankelijk blijven van de bouwer. In België maakt de wet van 1939 op het beroep van architect dat beroep onverenigbaar met dat van aannemer. Projecten steunen dus op een driehoeksrelatie: de ontwerper valideert de technische keuzes, de bouwheer keurt elke wijziging goed en de aannemer moet beiden op de hoogte houden. Wanneer informatie voortdurend van het ene bedrijf naar het andere moet om te worden goedgekeurd, wordt een open, gedeeld model het natuurlijke middel om ze uit te wisselen. Die opgelegde nood aan coördinatie helpt de invoering vooruit.